
Waarom voelt een droom na een tijdje gewoon?
Een Mai Tai zonder parasolletje.
Nu het vakantietijd is, vraag ik mij af hoeveel mensen er op dit moment zitten te dromen van een strand op Hawaï.
Zo’n ansichtkaartstrand. Water waar je dwars doorheen kunt kijken, een zacht briesje, palmbomen die zachtjes bewegen, waarvan de bladeren zo’n mooi en rustgevend geluid maken door de wind, en een ober die een Mai Tai brengt in een glas met een vrolijk parasolletje.
Ik snap wel dat het heerlijk lijkt. Rustig, ontspannen, kijkend naar de golven. Ik zie mijzelf daar ook best zitten. Misschien zou ik er zelfs willen wonen. Tenminste... dat denk ik nu. Vanaf mijn bank. Met een regenachtige lucht buiten en een kop thee in mijn hand. Vraag het me nog eens als ik daar drie maanden woon.
En dan stel ik mijzelf een vervelende vraag: “Hoe lang duurt het voordat die Mai Tai gewoon een drankje wordt?” De eerste is misschien bijzonder en de tweede waarschijnlijk ook, maar na een weekje of zo zeg je tegen de ober: “Doe mij maar weer dezelfde.” Na een maand hoop je stiekem dat de ober dat parasolletje gewoon een keer vergeet. Dat scheelt weer een handeling. Eerst legde je hem nog voorzichtig naast je glas, alsof het zonde was om hem weg te gooien. Vier weken later mik je hem gedachteloos richting de prullenbak. Dat denk ik dan, hè!
Is het geen vreemde eigenschap van mens zijn? Dat we overal aan kunnen wennen. Zelfs aan dingen waarvan we ooit dachten dat ze ons voorgoed gelukkig zouden maken? Het zou dan verklaren waarom we daarom steeds een nieuwe bestemming zoeken. We denken dat dáár iets is wat hier nog ontbreekt.
Ik denk dat we dat niet alleen hebben bij vakanties, maar ook thuis en bij ondernemen. Een ander huis dat groter is, met een grote tuin of juist zonder. Een andere auto – Oh! Ja, even tussendoor: ik heb een nieuwe en ben er na een paar weken inderdaad alweer aan gewend. De eerste paar dagen keek ik ernaar met blijdschap en een beetje trots. Ik keek nog even om toen ik hem had geparkeerd. Nu is dat gevoel al veel minder.
Ondernemers hebben nogal eens het idee dat alles beter wordt ‘als ik straks honderd klanten heb'. Of tienduizend euro omzet per maand. Of een assistent. Of eindelijk een kantoor met zo’n glazen vergaderruimte waar mensen serieus gaan kijken zodra ze binnenlopen.
Het maakt niet uit wat het is. Er hangt altijd een soort van bordje voor met: hier begint het echte leven. Dat bordje schuift alleen iedere keer een paar meter op. Daarom is motivatie ook vaak zo moeilijk vast te houden. Zodra je iets bereikt, denken we dingen als: Oké, volgende of wat nu?
Soms in gesprekken hoor ik dat mensen dat eigenlijk ook heel naar vinden. Dat er een soort van interne dialoog plaatsvindt die zegt: Mooi. Zullen we door? Wat gaan we nu doen?
Geen wonder eigenlijk dat we moe worden en weg kunnen dromen naar zo’n vakantie. Misschien zit je er nu wel? Laat me je dan achterlaten met één gedachte. Mocht je straks aan de bar zitten en je krijgt een Mai Tai zonder parasolletje, kijk die ober dan niet meteen verwijtend maar juist vriendelijk aan. De kans is groot dat hij ondertussen ook met zijn hoofd ergens anders zit.
Ik schrijf vaker over dit soort thema’s — perfectionisme, uitstelgedrag en die stem in je hoofd die soms gewoon te aanwezig is. — volg me via sociale media of spring op de mailinglijst voor langere gedachten, ongeveer één keer per week.
Wil je hier verder over lezen?
Bijvoorbeeld over:
