
Straks, nu even niet!
Straks, nu even niet!
De toekomstige versie van mij heeft nu al een burn-out.
Straks. Een van de meest gebruikte woorden in het Nederlandse vocabulaire. En ook een van de meest creatieve vormen van zelfbedrog die we als mensen hebben uitgevonden.
Want wat bedoelen we eigenlijk als we "straks" zeggen? Niet over vijf minuten — dat zou eerlijk zijn. We bedoelen: op een moment in de toekomst waarop ik een betere versie van mezelf ben. Iemand met meer energie, meer motivatie, meer overzicht. Iemand die wél opstaat als de wekker gaat en een glas water drinkt (uiteraard), wél begint aan dat project, wél die moeilijke beslissing neemt.
Het probleem is dat die persoon er nooit is. Of preciezer: die persoon bent jij wel — alleen niet over drie maanden, maar nu. Maar dat is precies wat we niet willen horen.
We geloven heilig in de versie van onszelf die we nog niet zijn. En we behandelen de versie die we nu zijn alsof die tijdelijk is.
Het is een elegant systeem eigenlijk. Je stelt iets uit — niet omdat je het niet wil, maar omdat je gelooft dat toekomstig-jij er beter mee om kan gaan. Meer tijd heeft. Minder stress. Eindelijk die rust heeft gevonden die altijd net om de hoek lijkt te zijn maar er nooit is als je aankomt.
Het parallelleven dat alles wel kan (blijkbaar)
Er loopt een soort parallel leven mee in je hoofd. De versie van jou die het allemaal wel doet. Terwijl het ondertussen opstapelt. De beslissing die je steeds uitstelt omdat het nu niet goed voelt. De verandering die begint zodra het rustiger wordt. Die geen twijfel voelt op het moment dat jij nu wel twijfelt.
Die versie krijgt steeds meer werk toegewezen.
Best een interessante baan eigenlijk.
Ze moet gezonder leven, beter grenzen stellen, eindelijk rust nemen, keuzes maken, dingen afmaken, zichzelf verbeteren en ondertussen ook nog een beetje genieten van het leven. Zonder stress — natuurlijk.
Het idee van ‘straks’ heeft iets geruststellends. Het maakt het vandaag net iets draaglijker om dingen niet te hoeven doen.
Het wordt alleen niet rustiger. Toekomstig-jij heeft ook een volle agenda, ook een hoofd dat overuren draait, ook dingen die eerst moeten. Het enige verschil is dat toekomstig-jij ook nog de lijst van huidig-jij meesjouwt.
Tot je op een dag merkt dat “straks” verdacht veel lijkt op “toen”.
We weten dit ook – zoals we weten dat een blog schrijven in je joggingbroek veel fijner is dan in je kantooroutfit. We hebben het al eerder meegemaakt — dat "straks" stilletjes "nooit" werd. En toch geloven we er elke keer weer in. De hoop op een betere versie van onszelf is troostrijker dan de ongemakkelijke waarheid dat die versie hier al is.
Dus wat dan? Gewoon beginnen, zegt iedereen. Doe het nu, niet straks. En dat klopt — maar het helpt niet als je niet begrijpt waarom je steeds "straks" zegt. Want "straks" is zelden, omdat je er nu geen zin in hebt. Het is bijna altijd iets anders. Angst dat het niet goed genoeg is. De overtuiging dat je er eerst helemaal klaar voor moet zijn. De stem in je hoofd die precies op het verkeerde moment begint over alle redenen waarom dit misschien toch geen goed idee is.
Dus misschien is de vraag niet hoe je stopt met uitstellen.
Maar waarom je steeds blijft doen alsof jij iemand nodig hebt die beter is dan jij nu om te beginnen.
Loop jij ook al even met zo'n taak? Ik schrijf hier vaker over — volg me via [sociale media] of kom straks op de mailinglijstvoor een eerlijk berichtje, ongeveer één keer per week. Geen stappenplannen. Gewoon dit.
Wil je hier verder over lezen?
Ik schrijf over de dingen waar we onszelf vaak in vastzetten — zonder dat we het meteen doorhebben.
Bijvoorbeeld over:
